Ta'Sangka Jurgens Coaching

Voor evenwicht in werk, privé, functioneren en samenwerking

Coach - Psycholoog - HRM'er & HRD'er


Ta'Sangka Jurgens Coaching is aangesloten bij de StiR . Stichting Registratie, kortweg StiR, is een onafhankelijke stichting die de beroepsregistraties en registers beheert van supervisoren, coaches en overige professioneel begeleiders. StiR is daarmee een onafhankelijk keurmerk voor professioneel begeleiders in Nederland. De bij StiR geregistreerde professioneel begeleiders onderschrijven en werken conform de Gedragscode voor professioneel begeleiders. In samenhang met de Gedragscode voor professioneel begeleiders kent StiR een vertrouwenscommissie en Tuchtcollege.

Gedragscode voor professioneel begeleiders die zijn geregistreerd bij STIR

Definities:

1.1 De gedragscode is van toepassing op iedere coach, supervisor of andere professioneel begeleider die is geregistreerd bij STIR.

1.2 Deze coach, supervisor of andere professionele begeleider wordt in deze code verder aangeduid als de professioneel begeleider.

1.3 De coachee, supervisant of anderszins te begeleiden persoon wordt in deze code verder aangeduid als cliënt.

1.4 Indien de opdracht tot de begeleiding is verstrekt door een andere opdrachtgever dan de cliënt dan wordt die aangeduid als externe opdrachtgever.


Algemeen:

2.1 De professioneel begeleider toont respect voor de persoon en de privacy van de cliënt en voor de persoon of de organisatie van de externe opdrachtgever.

2.2 De professioneel begeleider streeft naar integriteit in zijn beroepsuitoefening.

2.3 De professioneel begeleider streeft naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau van deskundigheid in zijn beroepsuitoefening.

2.4 De professioneel begeleider streeft er naar om verantwoorde keuzes te maken in overeenstemming met de rol van begeleider zoals die in het contract is overeen-gekomen.

2.5 De professioneel begeleider onthoudt zich van gedragingen die het vertrouwen in de professionele begeleiding kunnen schaden.


Opdracht:

3.1 De professioneel begeleider draagt er zorg voor dat hij zowel tegenover de cliënt als de externe opdrachtgever een juist beeld geeft van de begeleiding die hij aanbiedt en van de mate van zijn deskundigheid en ervaring.

3.2 De professionele begeleider neemt geen opdrachten aan die buiten zijn deskundig-heid en/of zijn ervaring liggen, en adviseert de cliënt in dat geval om zich tot een andere professioneel begeleider te wenden.

3.3 Als de overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, dan draagt de professioneel begeleider er zorg voor dat de voorwaarden en het doel van die opdracht schriftelijk worden vastgelegd in een contract.

3.4 In dat contract worden in ieder geval de volgende zaken behandeld:

-het doel van de opdracht

-de financiële voorwaarden

-de wijze waarop wordt gerapporteerd aan de cliënt en de externe opdrachtgever

-de toepasselijkheid van deze gedragscode


Vertrouwelijkheid:

4.1 De professioneel begeleider draagt er zorg voor dat hij te allen tijde de vertrouwelijk-heid jegens de cliënt in acht neemt, dat het dossier van de cliënt zorgvuldig en op een veilige plaats wordt bewaard.

4.2 De professioneel begeleider toont uiterste zorgvuldigheid in zijn omgang met vertrouwelijke informatie en brengt niets naar buiten, mondeling noch schriftelijk, tenzij de cliënt daar tevoren de expliciete toestemming voor heeft verleend.

4.3 Ook aan de externe opdrachtgever worden geen mededelingen gedaan of verslagen uitgebracht of ter inzage gegeven zonder de expliciete toestemming van de cliënt.

4.4 Heeft de cliënt toestemming verleend om schriftelijk verslag te doen aan de externe opdrachtgever, dan krijgt de cliënt de gelegenheid om het concept van dat verslag in te zien en van commentaar te voorzien.



4.5 De cliënt heeft te allen tijde het recht om een eerder verleende toestemming om verslag te doen aan de externe opdrachtgever alsnog in te trekken.


Integriteit:

5.1 De professioneel begeleider handelt alleen in overeenstemming met zijn contractueel vastgelegde bijdrage aan het doel van de opdracht en zal zijn handelen niet laten beïnvloeden door zijn zakelijke, persoonlijke, religieuze, politieke of ideologische belangen.

5.2 De professioneel begeleider onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan doordat de cliënt en de externe opdrachtgever verschillende belangen kunnen hebben. Als die situatie zich voordoet zal hij dat zo snel mogelijk melden aan beide partijen en hen duidelijk maken hoe hij met die verschillende belangen zal omgaan.

5.3 Als die belangen onverenigbaar blijken te zijn zal de professioneel belegeider de opdracht niet aannemen dan wel direct beëindigen.

5.4 De professioneel begeleider onderkent de moeilijkheden die kunnen ontstaan uit het gelijktijdig of opeenvolgend vervullen van verschillende professionele rollen ten opzichte van één of meer betrokkenen en beoordeelt zorgvuldig of het vervullen van meerdere rollen na of naast elkaar wel aanvaardbaar is.

5.5 Als de professioneel begeleider verschillende rollen vervult dan zorgt hij er voor dat hij ten opzichte van de betrokkenen volledige duidelijkheid over die verschillende rollen verstrekt.


Relatie:

6.1 De professioneel begeleider vermijdt te allen tijde elk seksueel contact en elke seksuele relatie met de cliënt.

6.2 De professioneel begeleider streeft er naar om een vriendschappelijke relatie met de cliënt te voorkomen. Mocht toch een vriendschappelijke relatie ontstaan dan draagt de professioneel begeleider er zorg voor dat zijn begeleiding zo snel mogelijk wordt beëindigd en werkt hij mee aan een zorgvuldige overdracht van de begeleiding aan een andere professioneel begeleider.



Reglement van het Tuchtcollege van StiR

Definities

Artikel 1: In dit Reglement wordt verstaan onder: 1.1 College: het Tuchtcollege van StiR; 1.2 StiR: Stichting Registratie; 1.3 Gedragscode: Gedragscode voor professioneel begeleiders geregistreerd bij StiR; 1.4 Cliënt: iedere coachee, supervisant of anderszins door een professioneel begeleider te begeleiden persoon; 1.5 Professioneel begeleider: iedere coach, supervisor of andere professioneel begeleider geregistreerd bij StiR; 1.6 Externe opdrachtgever: de derde partij die opdracht heeft gegeven tot begeleiding van een cliënt door een professioneel begeleider; 1.7 Klacht: een door de klager ervaren probleem met betrekking tot het handelen of nalaten van een professioneel begeleider en/of het niet naleven van de Gedragscode; 1.8 Klager: de cliënt of externe opdrachtgever die zich met een klacht tot het College wendt. Het bestuur van StiR kan ambtshalve als klager optreden wanneer zij schending van de Gedragscode vermoedt.

Taak

Artikel 2: Het College heeft tot taak het onderzoeken en beoordelen van klachten en het toezien op de afhandeling daarvan.

Samenstelling, benoeming, ontslag

Artikel 3: 3.1 Het College is onafhankelijk en onpartijdig en bestaat uit 7 leden, waarvan 5 uit de beroepsgroep van begeleiders die zijn geregistreerd bij StiR en 2 rechtsgeleerden. 3.2 De leden worden benoemd voor onbepaalde tijd maar dienen uiterlijk na 10 jaar af te treden. 3.3 De leden worden benoemd door het bestuur van StiR. 3.4 De 2 rechtsgeleerden worden benoemd tot Voorzitter en Vice-voorzitter. 3.5 Op voordracht van het College kan het bestuur van StiR een lid van het College, wiens gedragingen ernstig nadeel toebrengen aan de goede gang van zaken bij het College of aan het in haar gestelde vertrouwen, tussentijds ontslaan. Het bestuur neemt een zodanige beslissing niet dan nadat het betrokken lid daaromtrent is gehoord.

Artikel 4: 4.1 Een klacht die in behandeling wordt genomen, wordt onderzocht en beoordeeld door minimaal drie leden van het College. Het College kan per klacht een andere samenstelling kiezen. 4.2 Ingeval de Voorzitter verhinderd is, zal de Vice-voorzitter het College voorzitten. 4.3 Het College ziet er bij de samenstelling op toe dat de leden die zitting nemen in het College geen band hebben met één van de betrokken partijen waardoor zij niet in volledige vrijheid kunnen oordelen. 4.4 Een lid van het College verschoont zich indien sprake is van feiten of omstandigheden die zijn persoon betreffen waardoor een onpartijdige behandeling van de klacht schade zou kunnen lijden. 4.5 Indien één van de betrokken partijen verzoekt om één of meer leden van het College te wraken vanwege zijn partijdigheid of mogelijke bevooroordeeldheid dan beslissen de Voorzitter en de Vicevoorzitter samen over dat verzoek. De wraking dient schriftelijk en met redenen omkleed bij het College aanhangig te worden gemaakt.

Geheimhouding

Artikel 5: 5.1 Het is de leden van het College verboden om hetgeen zij in die hoedanigheid te weten zijn gekomen bekend te maken. 5.2 Het is de leden van het College verboden om hun gevoelens te openbaren welke tijdens de beraadslagingen over aanhangige zaken zijn geuit. 5.3 Het is de leden van het College verboden om over een bij hen aanhangige zaak of over een zaak die naar zij weten of vermoeden bij hen aanhangig zal worden, op enigerlei wijze contact te hebben met partijen of hun raadslieden, of van deze enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aan te nemen.

Secretariaat

Artikel 6: 6.1 Het College wordt bijgestaan door een secretariaat dat in overleg met het College wordt benoemd door het bestuur van StiR. 6.2 Op alle leden van het secretariaat is artikel 5 van overeenkomstige toepassing.

Ontvankelijkheid

Artikel 7: 7.1 De klacht is niet-ontvankelijk als de gebeurtenis die de aanleiding vormt voor de klacht meer dan 2 jaar geleden heeft plaatsgevonden. 7.2 Als de begeleiding van klager door de beklaagde na die gebeurtenis is voortgezet dan wordt deze vervaltermijn verlengd met 2 jaar vanaf de beëindiging van deze begeleiding met dien verstande dat er een absolute vervaltermijn geldt van 5 jaar na de gebeurtenis. 7.3 De klacht wordt niet in behandeling genomen indien het geschil dat onderwerp van de klacht is reeds bij een rechter aanhangig is gemaakt.

7.4 Het College kan klachten die kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn, of klachten die naar haar oordeel kennelijk van onvoldoende gewicht zijn zonder verdere behandeling bij met redenen omklede beslissing afwijzen.

Klachtprocedure:

Artikel 8: 8.1 De klager is een door het bestuur van StiR vastgesteld bedrag verschuldigd, dat dient te worden voldaan binnen een door het bestuur van de StiR bepaalde termijn, alvorens de klacht in behandeling wordt genomen. 8.2 Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt door het bestuur van StiR terugbetaald indien een klacht gegrond of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard.

Artikel 9: 9.1 De klacht wordt schriftelijk of per e-mail ingediend bij het secretariaat dat is benoemd conform artikel 6. 9.2 De klacht bevat in ieder geval de naam en het adres van de klager en de beklaagde, een omschrijving van de gedraging die de beklaagde wordt verweten, een aanduiding van het doel dat met het indienen van de klacht wordt nagestreefd en alle relevante stukken die op de klacht betrekking hebben. 9.3 De klacht kan worden ingediend door de klager zelf, of door zijn advocaat, of door een gemachtigde die beschikt over een schriftelijke volmacht van de klager die gelijk met de klacht wordt meegezonden. 9.4 Het secretariaat zendt klager binnen 2 weken een ontvangstbevestiging van de klacht.

Artikel 10: 10.1 Het secretariaat stuurt de klacht nadat het in artikel 8.1 bedoelde bedrag is voldaan, binnen 2 weken na ontvangst van de klacht naar de vertrouwenscommissie. 10.2 Een klacht van het bestuur van StiR of een klacht tegen een lid van het bestuur van StiR wordt niet naar de vertrouwenscommissie doorgezonden, maar direct doorgestuurd naar dan wel ingediend bij het College. 10.3 De vertrouwenscommissie bestaat uit 3 bij de StiR geregistreerde professioneel begeleiders. Deze worden door het bestuur benoemd voor een periode van maximaal 5 jaar. Zij kunnen aansluitend eenmaal voor een tweede periode van 5 jaar worden herbenoemd. 10.4 De vertrouwenscommissie tracht de klacht in der minne te schikken tenzij de klacht op grond van lid 1 of 2 direct naar het College is doorgestuurd. 10.5 Is 2 maanden nadat de klacht is doorgestuurd aan de vertrouwenscommissie geen minnelijke schikking bereikt of wenst klager en/of beklaagde en/of de vertrouwenscommissie de bemiddeling te beëindigen dan wordt de bemiddeling door de vertrouwenscommissie als beëindigd beschouwd. 10.6 Als de bemiddeling niet is geslaagd of conform het vorige lid als beëindigd is beschouwd, dan kan klager en/of het secretariaat de klacht doorsturen naar het College.

Artikel 11: 11.1 Het College kan de klager verzoeken om aanvullende informatie of een nadere toelichting, of om de toezending van stukken die naar het oordeel van het College nog ontbreken.

Artikel 12: 12.1 Zodra de klacht naar het oordeel van het College gereed is voor de behandeling stuurt het secretariaat de klacht met alle nagekomen stukken door naar de beklaagde met het verzoek binnen 2 weken een verweerschrift in te dienen. Op verzoek van beklaagde kan het College deze termijn eenmaal verlengen met maximaal 2 weken. 12.2 Het College bepaalt of behandeling van de klacht schriftelijk of mondeling plaatsvindt en stelt partijen hiervan in kennis. 12.3 Partijen kunnen zich ter zitting voor eigen rekening laten bijstaan door een advocaat of gemachtigde. 12.4 Het College stelt de datum, het tijdstip en de plaats van de mondelinge behandeling vast. De behandeling kan ook plaatsvinden in de avonduren of het weekend. 12.5 Klager en beklaagde worden door het secretariaat schriftelijk of per e-mail opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Indien een partij geen gevolg wenst te geven aan de oproep, geeft zij daarvan uiterlijk één week voordat de hoorzitting plaatsvindt schriftelijk en onder opgave van redenen kennis aan het secretariaat. Het College kan besluiten bij afwezigheid van een of beide partijen de hoorzitting door te laten gaan.

Artikel 13: 13.1 Partijen dienen aanvullende stukken uiterlijk één week voor de mondelinge behandeling aan het secretariaat toe te zenden met een kopie aan de andere partij. Stukken die nadien worden ingezonden kunnen door het College buiten beschouwing worden gelaten.

Artikel 14: 14.1 De mondelinge behandeling is besloten, tenzij de Voorzitter of Vice-voorzitter gemotiveerd besluit de zitting openbaar te doen zijn. 14.2 Beide partijen worden tijdens de mondelinge behandeling voldoende in de gelegenheid gesteld om hun standpunten nader toe te lichten en te reageren op de standpunten van de andere partij.

Artikel 15: 15.1 Het College doet zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken na de mondelinge behandeling een schriftelijke en gemotiveerde uitspraak en zendt die per post aan partijen, of aan hun gemachtigden als die zich hebben gesteld, en in geanonimiseerde vorm aan het bestuur van de StiR. Indien geen mondelinge behandeling plaatsvindt, doet het College uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het verweerschrift van beklaagde uitspraak. Verlenging van deze termijn is eenmaal mogelijk met een periode van zes weken wanneer het College daartoe besluit. 15.2 De uitspraak komt tot stand bij meerderheid van stemmen. 15.3 Al dan niet op initiatief van het College kunnen partijen tot een minnelijke schikking komen. Komt een dergelijke schikking tot stand dan wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.   

15.4 Indien een klacht gegrond wordt verklaard dan kan het College de volgende sancties opleggen: - gegrond verklaring zonder oplegging van een maatregel - een waarschuwing - een berisping - doorhaling van de registratie bij StiR 15.5 Het College kan de sancties voorwaardelijk opleggen en daar de voorwaarden aan verbinden die het College geboden acht. 15.6 Het College kan besluiten dat de uitspraak openbaar wordt gemaakt. Bij de openbaarmaking worden de namen van klager en beklaagde geanonimiseerd weergegeven, tenzij het College de openbaarmaking van de naam van de beklaagde heeft bevolen.

Artikel 16: Indien aan de orde, draagt het bestuur van StiR zorg voor de uitvoering van de uitspraak.

Artikel 17: 17.1 Tegen de uitspraak van het College staat geen hoger beroep open. 17.2 Herziening van een uitspraak van het College kan slechts aan de orde zijn indien haar feiten en omstandigheden ter kennis worden gebracht die haar ten tijde van het doen van de uitspraak niet bekend waren en die herziening rechtvaardigen. Om herziening kan worden verzocht middels een verzoekschrift dat ten minste deze feiten en omstandigheden vermeldt. Artikel 7.4 is van overeenkomstige toepassing op een dergelijk verzoekschrift.

Artikel 18: Het College brengt jaarlijks verslag uit aan het bestuur van StiR.

Artikel 19: In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, handelt het College naar bevind van zaken.


© Reglement van het Tuchtcollege van StiR september 2013